Europese normeringen gevaarlijke stoffen

EN 149:2001- A1:2009 ADEMBESCHERMINGSINRICHTINGEN - FILTEREN VAN HALVE MASKERS TER BESCHERMING TEGEN DEELTJES

DIT ZIJN DE 3 VERPLICHTE TESTS DIE VOLGENS DE NORM WORDEN UITGEVOERD:

EN 149

1. Totale inwaartse lekkage 2. Penetratie van filtermateriaal 3. Adembestendigheid
Deze test meet de waarschijnlijkheid van bescherming door het masker tegen mogelijke gevaren. Een proefpersoon die het deeltjesmasker draagt, loopt in een afgesloten testkamer, waarin een constante concentratie van natriumchloride-aerosol is. Terwijl de persoon ademt, wordt de lucht in het masker bemonsterd en geanalyseerd om te bepalen hoeveel % natriumchloride door het masker zou kunnen gaan. Het doel van deze test is om de filterkracht van de maskers te meten. Deze test wordt uitgevoerd door een dummy-kop met een masker bloot te stellen aan 120 mg van 2 test-aerosolen (natriumchloride en paraffineolie). De standaard definieert het maximaal toegelaten penetratiepercentage van de 2 aerosols, voor FFP1 / FFP2- en FFP3-maskers. Deze test beoordeelt het vermogen van het filtermasker om bescherming te bieden terwijl de drager gemakkelijk kan ademen. De test wordt uitgevoerd met een Sheffield dummy hoofd-beademingsmachine. Zowel de uitademings- als inhalatieweerstand worden gemeten door een continue luchtstroom.
Inwaartse lekkage Penetratie level Ademvrijheid

 

EN 14605: 2005 - Beschermende kleding tegen chemische vloeistoffen

Deze normering geeft de prestatievereisten aan voor kleding met vloeistofdichte (Type 3) of neveldichte (Type 4) aansluitingen, inclusief items die alleen delen van het lichaam beschermen (Type PB (3) en PB(4)).

Vloeistofdichte pakken (Type 3)

Neveldichte pakken (Type 4)

Deze test bestaat uit het blootstellen van het gehele pak aan een serie korte stralen vloeistoffen op waterbasis bedoelt voor diverse kritische delen van het pak. Dit pak beschermt tegen sterke stralen van chemische vloeistoffen. De test bestaat uit het blootstellen van het hele pak aan ene intense nevelvloeistof op waterbasis. Dit pak beschermt tegen sterke verzadiging van chemische vloeistoffen.
Type 3  Type 4

 

EN ISO 13982: 2004

Type 5 - Droog-deeltjes pak

Dit specificeert de minimum vereisten voor chemisch beschermende kleding die resistent is tegen penetratie door solide deeltjes in de lucht, tegen gevaarlijke stoffen en droge deeltjes beschermt.

EN 13034: 2005 + A1:2009

Type 6. Verminderd spray pak en gedeeltelijk lichaam beschermende items (PB6)

Dit specificeert de minimum vereisten voor chemisch beschermende kleding die beperkte beschermende prestaties leveren tegen vloeibare chemicaliën (Type 6 en Type PB 6 uitrusting). Vloeibare chemische sprays en spatten die niet gericht zijn of op het pak zijn blijven zitten.

Deze chemische beschermende kleding is bestemd voor het gebruik in geval van een mogelijke blootstelling aan een lichte spray, vloeibare aerosolen of lage druk, lage volume spatten, waarmee een volledige vloeistofdoorlatende barrière (op molecuulniveau) niet nodig is.

Type 6 Chemische beschermende pakken moeten ten minste de romp en de ledematen bedekken en beschermen.

Type PB [6] Gedeeltelijke lichaamsbescherming beslaat en beschermt alleen specifieke lichaamsdelen (arm, been).

EN 1149-5: 2008 - Elektrostatische benodigdheden - oppervlakteweerstand (test methode en benodigdheden)

Deze test is voor het verwijderen van de elektrostatische lading om vonkvorming te voorkomen en wat vuurgevaarlijk kan zijn voor de drager.

EN 14126: 2003

Deze norm specificeert eisen en testmethoden voor herbruikbare en beschermende kleding die bescherming bieden tegen infectieve stoffen. Beschermende kleding tegen infectieve agentia beschermt tegen; bacteriële, virale en andere micro-organismen met twee hoofdfuncties:
• Om te voorkomen dat besmettelijke stoffen de (mogelijk gewonde) huid bereiken
• Om de verspreiding van infectieve stoffen tegen andere mensen en andere situaties te voorkomen, bijv. eten of drinken, wanneer de persoon zijn beschermende kleding heeft uitgeschakeld

OM ALS PRODUCT TE VOLDOEN AAN DE EN14126 EIS MOET ER OOK WORDEN  VOLDAAN AAN DE AANVULLENDE TESTEN ZOALS VOLGT

Penentratie test (synthetisch bloed)
Deze test identificeert de druk waarbij het geïnfecteerde synthetische bloed het materiaal binnendringt. Hoe hoger de klasse, des te groter de bescherming van de stof.

Weerstand tegen penentratie van virussen
Deze test maakt gebruik van een vloeistof (in plaats van synthetisch bloed) besmet met een bacteriofaag of virus om de druk waaronder de vloeistof door het materiaal dringt te identificeren.

Weerstand tegen penetratie van biologisch verontreinigde aerosolen
Deze test wordt gebruikt om het effect van de barrière tegen biologisch verontreinigde aërosolen te beoordelen. Een bacterieoplossing wordt gesuspendeerd in een aërosol en op zowel een onbeschermde cellulosenitraatmembraan gespoten als een bekleed met het testmateriaal. Beide membranen worden geanalyseerd om de bacteriële belasting vast te stellen en de resultaten worden geclassificeerd door de penetratieverhouding. Hoe hoger de klasse, des te groter de bescherming van de stof.

Weerstand tegen penetratie van bacteriën
Deze test plaatst een bacterieel verontreinigd donormateriaal op het testmateriaal en onderwerpt dit aan mechanisch wrijven. De resultaten worden geregistreerd volgens doorbraaktijden, dwz: het punt waarop de bacteriën het barrièremateriaal binnendringen, gemeten in minuten. Hoe langer de doorbraaktijd, hoe hoger de klasse en dus hoe beter de bescherming van de stof.

Weerstand tegen penetratie van verontreinigd stof
Een vooraf gesteriliseerd materiaal wordt in een testapparaat gefixeerd en toegediend met gecontamineerde talkstroom (Bacillus Subtilis). Een agarplaat wordt onder het materiaal geplaatst terwijl deze wordt geschud. De deeltjes die het materiaal binnendringen, worden geanalyseerd na incubatie van de agarplaat en de resultaten worden gemeten in penetratie-logeenheden: Hoe hoger de klasse, hoe beter de bescherming van het weefsel.

EN 1073-2: 2002 - Beschermende kleding tegen radioactieve besmetting

Eisen en testmethodes voor niet-geventileerde beschermende kleding tegen bepaalde radioactieve besmetting.

Process:
Een persoon die het beschermende pak draagt, gaat een "testkamer" binnen. Onder het beschermende pak heeft de persoon drie meetpennen bevestigd (één op de borst, één in de taille en één op de knie). Natriumchloridedeeltjes (gemiddelde grootte van 0,6 micron) worden door de cabine verspreid, de drager voert een reeks van drie fysieke activiteiten uit:
1. 3 minuten stilstaan
2. 3 minuten" ter plaatse "lopen (5 km/u)
3. 3 minuten squatten (met een snelheid van 5 squats per minuut)
Natriumchloride deeltjes die door het beschermende pak dringen worden geteld onder het pak. De resultaten worden gebruikt om zowel een prestatieclassificatie als een "nominale beschermingsfactor" te bepalen.

Test kamer
EN 1073

Nominale beschermingsfactor en prestatieklasse voor het beschermingsniveau tegen deeltjes:

 Beschermingsniveau           Klasse     Nominale beschermingsfactor
 Hoogste bescherming  3  500
 Gemiddelde bescherming  2  50
 Lage bescherming  1  5

Een pak dat de hoogste bescherming biedt voor de fijne deeltjes zal een lage inwaartse lekkage hebben, en dus een hoge nominale beschermingsfactor.

EN ISO 14116: 2008

Deze normering specificeert de prestatie eisen voor de beperkte vlammenverspreiding van materialen, materiaal samenvoegingen en beschermende kleding om de mogelijkheid van brandende kleding tegen te gaan waarmee het op zichzelf een gevaar zou zijn. Extra eisen voor kleding worden ook gespecificeerd.

CHEMISCHE BESCHERMING

Geeft aan de naleving van de huidige Europese normen voor chemische beschermende kleding.

ANSI/ISEA 101 2014

Nationale Amerikaanse Normering voor Beperkte Gebruiksduur en Wegwerp Overalls - Maat en Label Vereisten.